Wat is epigenetica?


1

Conrad Waddington (1905-1975) wordt vaak genoemd als degene die in 1942 de term epigenetica introduceerde als “de tak van de biologie die de actieve wisselwerking bestudeert tussen genen en hun producten, waardoor het fenotype ontstaat”. Epigenetica verschijnt in de literatuur al in het midden van de 19e eeuw, terwijl de oorspronkelijke gedachten erover zelfs teruggaan tot Aristoteles (384-322 voor Christus). Hij geloofde in epigenese: de ontwikkeling van een op zichzelf staand levend organisme vanuit het ongevormde. Deze spraakmakende zienswijze was een sterk argument tegen het idee dat wij ons zouden ontwikkelen vanuit minuscule maar volledig gevormde lichaampjes. Tot de dag van vandaag wordt gediscussieerd over de mate waarin we zijn voorgeprogrammeerd dan wel worden gevormd onder invloed van onze omgeving. Het gebied van de epigenetica slaat een brug tussen 'nature' (natuurlijke aanleg) en 'nurture' (opvoedings- en omgevingsfactoren). In de 21e eeuw wordt epigenetica meestal omschreven als ‘de studie van erfelijke veranderingen in de werking van het genoom, die plaatsvinden zonder wijziging in de DNA reeks’. Maar wat zeggen de wetenschappers in dit snel groeiende onderzoeksveld hierover?

Een verslag van Brona McVittie :: Juni 2006
Vertaald door Benno Arentsen

”Epigenetica is steeds weer het geheel van al die rare en prachtige dingen die niet kunnen worden verklaard door de genetica.”
Denise Barlow (Wenen, Oostenrijk)

“DNA is slechts een bandje met informatie, en aan een bandje heb je niets zonder een afspeelapparaat. Epigenetica gaat over dat afspeelapparaat.”
Bryan Turner (Birmingham, Engeland)

“Van een computer kun je zeggen dat de harde schijf het DNA is, en dan zijn de programma’s het epigenoom. Je kunt met die programma’s bepaalde informatie van de harde schijf opvragen. Sommige delen van de schijf worden afgeschermd met een wachtwoord, maar andere zijn vrij toegankelijk. Ik zou zeggen dat we proberen te begrijpen waarom er wachtwoorden bestaan voor bepaalde gedeelten en waarom andere plekken vrij toegankelijk zijn.”
Jörn Walter (Saarland, Duitsland)

“Er zit ongeveer twee meter DNA in een celkern van slechts enkele micrometers. We proberen meer te weten te komen over de mechanismen waarmee het DNA toegankelijk wordt gemaakt in de zeer beperkte ruimte van de celkern.”
Gunter Reuter (Halle, Duitsland)

“Informatie-management in de celkern houdt in dat genetische informatie die niet direct nodig is heel erg dicht opeengepakt zit in het genoom. Verder is er ook genetische informatie die altijd ingeschakeld en actief moet zijn, zoals bijvoorbeeld de huishoudelijke genen. Dus epigenetica is eigenlijk informatie-management zoals je dat thuis doet; iets wat je dagelijks nodig hebt zul je niet meteen opbergen, maar je oude schoolrapporten liggen in een doos op zolder.”
Peter Becker (München, Duitsland)

“Het verschil tussen genetica en epigenetica kun je ook wel vergelijken met het verschil tussen het schrijven en het lezen van een boek. Als een boek eenmaal geschreven is, zal de tekst (de genen of de in het DNA opgeslagen informatie) gelijk zijn in alle gedrukte exemplaren. Echter, iedere afzonderlijke lezer van het boek kan het verhaal net iets anders interpreteren, en zijn of haar eigen emoties en beelden ervaren bij elk hoofdstuk. Op een soortgelijke manier kan epigenetica verschillende interpretaties toestaan van vastgelegde informatie (van de genetische code) en dat levert verschillende lezingen op, afhankelijk van de wisselende omstandigheden waaronder die informatie wordt gelezen.”
Thomas Jenuwein (Wenen, Oostenrijk)